Saturday, September 04, 2010
   
Text Size

Sparen

Nominale en effectieve rente

Nominale en effectieve rente

Het verschil tussen nominale en effectieve rente is uit te leggen aan de hand van een eenvoudig voorbeeld.

Stel: je opent een spaarrekening bij een bank en je stort € 1.000. Het jaarlijkse rentepercentage dat jij met de bank overeenkomt, is 4%. Dit percentage duiden we aan met de term nominale rente. Je spreekt verder met de bank af dat je elk kwartaal een deel van de rente wenst te ontvangen. Voor elk kwartaal betekent dit 1% rente. Aan het einde van het eerste kwartaal ontvang je volgens afspraak aan rente: € 1.000 * 0,01 = € 10,- (0,01 is gelijk aan 1/100 oftewel 1%). Het saldo op je spaarrekening wordt nu € 1.010.

Een kwartaal verder kun je weer een rente-uitbetaling tegemoetzien, opnieuw 1%, maar 1% van je nieuwe saldo (€ 1.010,-). De rente die wordt uitgekeerd, bedraagt ditmaal € 1.010 * 0,01 = € 10,10. Het bedrag dat na deze rente-uitbetaling op je rekening staat, is € 1.020,10.

Na het derde kwartaal is de rente-uitkering: € 1.020,10 * 0,01 = € 10,201 (afgerond € 10,20). Zo zie je dat het bedrag dat elk kwartaal aan rente op je rekening wordt gestort, steeds iets groter is. Je ontvangt namelijk rente op rente.

In de praktijk betekent een nominale rente van 4%, waarbij elk kwartaal 1% wordt uitgekeerd, het volgende: na één jaar heb je niet € 1.000 * 1,04 = € 1.040 op je bankrekening staan, maar € 1.000 * 1,01 ^ 4 = € 1.040,60401 (we laten het onafgerond). De rente die jij in totaal hebt ontvangen, is € 40,60401. Op een bedrag van € 1.000 is de werkelijke of effectieve rente 4,060401%.

In onderstaande tabel is dit visueel weergegeven:

Nominale_en_effectieve_rente_v2

Een ander voorbeeld ter verdere illustratie:

Bij het afsluiten van een hypotheek betaal je gewoonlijk provisie. Stel dat je € 100.000 leent tegen een rente van 5% (= nominaal). Het absolute rentebedrag dat je de hypotheekverstrekker jaarlijks verschuldigd bent, is € 5.000. Over het geleende bedrag wordt 1% afsluitprovisie in rekening gebracht. Het bedrag dat jij werkelijk ontvangt, komt daarmee op € 99.000. Als gevolg daarvan stijgen de relatieve rentelasten: € 5.000 / € 99.000 * 100% = 5,05% (afgerond). De effectieve rente is in dit geval dus 5,05%.

 

Sparen 2010

Sparen 2010

In 2010 zijn de rentepercentages van diverse aanbieders, waaronder Aegon, ING, Rabobank en ABN Amro fors verlaagd. Dit heeft voornamelijk te maken met de sterke daling van het Euribor-tarief (en in mindere mate met de inflatie). Het Euribor-tarief is het gemiddelde rentetarief waartegen Europese banken elkaar leningen verstrekken. Sparen anno 2010 lijkt dus op het eerste oog minder aantrekkelijk. Maar de inflatie in 2010 schommelt rond de 1%. Historisch gezien is dit erg laag. Op het moment van schrijven biedt de beste aanbieder van spaarrekeningen zonder voorwaarden een rente van 2,58%. Het rentecomponent is hierbij opgebouwd uit een 1-maands Euribor van 0,48% en een opslag voor 2010 van 2,1%. Op zich een vrij transparante manier om de rentetarieven vast te stellen. Let echter wel op dat ieder jaar de opslag (in 2010 dus 2,1%) anders vastgesteld kan worden. Verder zijn wij een warm pleitbezorger voor sparen op rekeningen zonder voorwaarden. Het grote voordeel hiervan is dat er geen aanvullende voorwaarden worden gesteld. Voor een actueel overzicht van de beste spaarrekeningen zonder voorwaarden verwijzen wij jou door naar de volgende websites:

Sparen in 2010

Beste spaarrekening zonder voorwaarden 2010

Tips bij het sparen

Sparen is een bezigheid die zeer populair is bij de Nederlanders. Eenvoudig, helder, nuttig, dat zijn enkele woorden die je er zoal mee in verband brengt. Zeker, je kunt sparen als een vrij eenvoudige activiteit beschouwen. Toch zijn er enkele zaken waaraan je even aandacht moet schenken. Het depositogarantiestelsel en de vermogensrendementsheffing zijn voorbeelden hiervan.

Depositogarantiestelsel

Niet onbelangrijk om te vermelden is het depositogarantiestelsel. Indien een bank met een vergunning van DNB (De Nederlandsche Bank) failliet gaat, heb je als rekeninghouder recht op een bepaald bedrag. Particulieren en kleine ondernemingen kunnen een beroep doen op het depositogarantiestelsel. DNB garandeert een bedrag van € 100.000 (ook in 2010) per persoon per instelling. Bij een rekening die van twee personen is, gelden dus dubbele bedragen.

Inflatie en vermogensrendementsheffing

Is sparen in Nederland onder de huidige omstandigheden verstandig? Ja, hoewel er wel een paar kanttekeningen gemaakt moeten worden. Er zijn namelijk twee belangrijke aspecten waar je rekening mee moet houden: 1) inflatie 2) vermogensrendementsheffing. Hoewel de inflatie in 2010 rond de 1% zal uitkomen, is het niet uit te sluiten dat we in de toekomst geconfronteerd worden met een hogere inflatie. Daarnaast staat het rendement op jouw spaargeld onder druk door de vermogensrendementsheffing. Dit betekent dat 30% belasting wordt geheven over een fictief rendement van 4%. De gemiddelde belasting bedraagt dus 1,2%. Echter, over de eerste € 20.661 (2010) wordt geen belasting geheven. Dit duidt men aan met de term vrijgesteld vermogen.

Nominale en effectieve rente

Wees altijd alert op het verschil in nominale en effectieve rente. In het algemeen geldt dat banken die meerdere keren per jaar rente uitkeren de effectieve rente zullen vermelden. Ga voor een verdere uitleg naar de volgende pagina van jijbespaart.

Wij wensen je veel succes met het sparen in de nadagen van de crisis! Brengt 2010 het gehoopte financiële succes?